InjeVeerkracht

HELP, IK BEN EEN SLECHTE MOEDER!

Print
LinkedIn
WhatsApp
Email
Facebook

Hoe je innerlijke criticus soms het hoogste woord heeft zonder dat je het merkt…

Totaal ongelukkig plofte ik ’s avonds op de bank terwijl ik op de achtergrond nog een van mijn zoontjes hoorde roepen: ‘Mem, laat je het licht op de overloop nog aan?’. De dag was voorbij gegleden in een waas van de ‘ene ruzie’ naar het ‘andere oplossen’. Terugdenkend aan de bui van mijn dochter eerder die dag en de tranen die zich toen vanachter mijn ogen naar buiten probeerden te dringen, vroeg ik me af: waar kwamen die tranen toch vandaan? Waarom voelde ik me zo rot.. en zo’n slechte moeder?

Toen het kwartje viel

Ik deed altijd mijn best als opvoeder. En hoewel ik daar natuurlijk nooit voor naar school was geweest, ging het regelmatig mis. In de ruzies en buien van de kinderen barstte bij mij de bom soms, en voelde ik me in dat moment elke keer weer een heel slechte moeder. Ik bedacht daar ook nog dingen bij als: ‘Je doet niet genoeg leuke dingen met je kinderen.’ ‘Je hebt niet de hele tijd aandacht voor ze.’ Of: ‘Je laat ze niet genoeg met andere kinderen afspreken’. En ga zo maar door. Al die dingen betekenden voor mij (onbewust) een tekortschieten als moeder. Ik had allemaal plaatjes over moederschap, over kinderen, over hoe het moet. En als het niet zo uitwerkte volgens dat plaatje? Dan goot mijn onzekerheid olie op het vuur met het gevoel een falende ouder te zijn.

Terugkijkend op die tijd van de buien van mijn dochter en ruziënde zoontjes, realiseerde ik me destijds iets belangrijks. Ik merkte dat mijn dochter, zonder dat ze daar woorden voor had, doorkreeg dat haar buien mij slecht lieten voelen. Zij uitte zij zich daarna steeds meer alsof zij een slecht kind was. Daar schrok ik erg van. Op een dag riep ze heel hard: ‘Alles is mijn schuld! Door mij zijn jullie steeds verdrietig’. Toen viel bij mij het kwartje. Als ik me een slechte moeder voelde, kreeg zij onbewust het idee dat ze een slecht kind was. Wat natuurlijk totaal niet waar was. Deze situatie was voor mij de brandstof tot verandering. Ik besloot dat het zo niet langer kon. Ik voelde aan alles, dit patroon moest ik doorbreken.

"Het gevoel een slechte moeder te zijn koppelde ik onbewust aan het (in mijn ogen ongewenste) gedrag van mijn kinderen. Met als gevolg dat zij zich een slecht kind voelde!"

Gevoel slechte moeder te zijn: twee vragen

Toen ik deze realisatie had gehad, kwamen twee belangrijke vragen bij mij op:

  1. Hoe komt het dat ik die negatieve gedachten heb over mezelf als opvoeder?
  2. Hoe kom ik van deze gedachten af?

 

Door het beantwoorden van deze vragen veranderde ik stapsgewijs mijn denken en doen als opvoeder. Vervolgens heeft dat de relatie met mijn kinderen aanzienlijk verbeterd.  

Ik zie dezelfde worsteling die ik had in mijn ouderschap nu ook vaak bij anderen. De antwoorden die ik vond op bovenstaande vragen hielpen mij en kunnen ook anderen helpen. Hieronder deel ik mijn antwoorden op bovenstaande vragen zodat jij hier ook de vruchten van kunt plukken in je groei en bewustwording als opvoeder.

1. Hoe komt het dat ik negatieve gedachten heb over mezelf als moeder?

Het mechanisme achter hoe het komt dat je negatieve gedachten over jezelf als opvoeder hebt, vindt vaak vooral plaats in ons onbewuste denken. Dit is programmering die bijvoorbeeld vroeger is ontstaan, of in verwachtingen die je zelf over ouderschap hebt gecreëerd. Hieronder licht ik vijf belangrijke elementen toe die kunnen bijdragen aan negatieve gedachten:

  1. Niet-helpende programmering (gedachten, overtuigingen, etc.) die je eerder in je leven ergens onbewust hebt opgeslagen over jezelf en het leven. Bijvoorbeeld: ‘Ik ben niet goed genoeg’ of ‘ik ben tot last’. Deze gedachten beïnvloeden ook je (on)zekerheid over opvoeden.
  2. Bevestiging buiten jezelf zoeken. Bijvoorbeeld: ‘Als mijn kinderen goed presteren, zich netjes gedragen, etc. dan ben ik een goede ouder’.
  3. Verwachtingen of plaatjes hebben van hoe het gezinsleven eruit zou moeten zien die niet overeen komen met hoe het daadwerkelijk is. En daar moeilijk los van kunnen komen.
  4. Het ouderschap in één keer goed moeten kunnen. Als je dit gelooft, stel je per definitie jezelf vaak teleur. Maar geloof je juist dat opvoeden een proces is van vallen en opstaan en daarvan leren? Dan stel je jezelf alleen teleur als je niets leert. (Statische mindset versus op groei gerichte mindset; Carol Dweck).
  5. Voorbeeldgedrag ouders: je valt (onbewust) toch vaak terug op wat je in je eigen opvoeding als voorbeeld hebt meegekregen. Dit kan positief uitvallen, maar dit kan ook precies zijn hoe jij het niet wilt aanpakken. En bedenk: niet alleen hoe jouw opvoeders hándelden heeft jouw beïnvloed, maar ook hun manieren van denken. Kinderen zijn immers vaak gevoelig en pikken gemakkelijk gedachten en overtuigingen op van belangrijke anderen – en nemen die snel over.

2. Hoe kom ik van deze gedachten af?

Oké – nu weet je waarom die negatieve gedachten over jezelf als moeder er zijn, maar nu? Hieronder leg ik twee stappen voor verandering uit.

Stap 1. Vergroot je bewustzijn van je gedachten

Als je jezelf de vraag stelt hoe je van de negatieve gedachten afkomt zoals ‘ik ben een slechte moeder’, dan zit een deel van de oplossing vaak in je bewust zijn van deze gedachte. Hoe meer je je bewust bent wanneer je deze gedachte hebt en hoe dit doorwerkt in verschillende situaties, hoe meer regie je krijgt. Net zoals een enge film minder eng wordt zodra je je bewustwordt dat het maar een film is en je er dus niet langer in ‘opgeslokt’ zit.

Als je ontdekt welke situaties jou in de opvoeding negatief triggeren, kun je deze situaties gebruiken om je bewust te worden wat daarachter zit en de vinger op de zere plek bij jezelf te leggen. Denk aan je kinderen die plezier maken in de tuin terwijl jij je druk maakt hoe de buren hierop reageren. Of je kind die ruzie maakt op school met andere kinderen en jij je daarover heel erg vervelend voelt als ouder. Zegt dit bijvoorbeeld iets over hoe belangrijk jij het vindt wat anderen van je denken?

Kinderen zijn goede spiegels voor zelfreflectie. Vaak beperken dingen die jou triggeren zich niet tot bijvoorbeeld alleen opvoeding, maar zie je ze ook terug op je werk, in je relaties, etc. Soms in een andere vermomming. Als je erop gaat letten – zelf of onder begeleiding – ziet allerlei patronen. Daardoor vallen dingen op zijn plek. Bovendien legt het soms ook nog een aantal overtuigingen bloot die niet helpend zijn. Bijvoorbeeld: ‘Je bent pas een goede moeder als je 24 uur per dag met je kinderen bezig bent’. Of: ‘Als ik me aanpas zodat anderen me goedkeuren, dan ben ik goed genoeg.’ Dit soort overtuigingen projecteer je (on)bewust ook op je kinderen.

Je bewust zijn van deze gedachten en patronen en het herkennen hoe zij zich ontvouwen, is een belangrijke stap richting meer voldoening, rust en kracht als opvoeder – en het gevoel een góede moeder te zijn. Een andere sleutel is het realiseren dat deze gedachten en patronen niet raar zijn. Ze zijn er nu eenmaal. Weerstand hiertegen hebben, ze proberen weg te duwen of jezelf erom afwijzen werkt vaak alleen maar averechts. Hoe moeilijk het ook is, het herkennen maar vooral erkennen dat ze er zijn geeft vaak die ruimte die nodig is om het – zonder oordeel over jezelf – anders te gaan doen. 

Stap 2. Verander je kijk op opvoeden

Daarnaast helpt het ook om anders te kijken naar opvoeding en naar jezelf in de opvoeding. Hieronder staat een aantal mindsets die je helpen je kijk op opvoeding te veranderen. Plus: waarom een andere mindset helpt tegen het gevoel een slechte moeder te zijn.

  1. Het zijn van een ‘goede moeder’ hangt niet af van hoe je kinderen in je vel zitten, of hoe ze het doen op school, thuis of waar dan ook. Dat is hun eigen pad en dat hangt af van zoveel meer dingen dan van jou. Maak jouw geluk (jouw goede moeder-zijn) dus niet afhankelijk van hun geluk. Jij hebt geen bevestiging buiten jezelf nodig in ‘het zijn van een goede moeder’.

    Besef dat je je best doet met wat je hebt en weet en kunt, en dat je steeds weer opnieuw leert, en dat je er altijd kunt terug komen als je een keer de mist in ging. En besef je ook dat er geen one-size fits all is in opvoeding: alle kinderen zijn anders en ook alle ouders hebben andere manieren van opvoeden. Door deze manier van kijken raken de vervelende situaties met je kinderen jou niet meer zo persoonlijk.

  2. Koppel jouw succes als ouder niet meteen aan het eindresultaat. Bijvoorbeeld: je bent pas een goede moeder als je kinderen goede cijfers halen, of goede manieren hebben geleerd. Koppel jouw betekenis van succes als ouder liever aan het proces: het zo goed mogelijk leren in je ‘moeder zijn’. Zo verschuift ook dat gevoel van falen. Van: ‘Ik voldoe niet aan die lat, dus ik faal.’ Naar: ‘Als ik het niet geprobeerd heb, heb ik ook niet geleerd, en dán heb ik pas gefaald.’ Hierdoor sta je veel meer open om zelf te veranderen. Dan wordt het ook gemakkelijker om iedere strubbeling te zien als een mogelijkheid tot persoonlijke groei.

  3. Iedereen heeft beelden van de ideale gezinssituatie: hoe iets zou moeten zijn. Maar dat kan behoorlijk tegen je werken. Ten eerste accepteer je daardoor soms minder goed wat er in het moment gebeurt (want jouw ideaalplaatje is per definitie een toekomstplaatje). Ten tweede: als alleen scenario A voldoet aan je verwachtingen, dan is uitkomst B, C of D ook nooit goed genoeg. Als jij beter je verwachtingen los kunt laten, heb je ook minder het gevoel dat de dingen (buiten) jezelf anders zouden moeten zijn dan ze zijn. En ben je dus ook tevreden met een andere uitkomst; je wordt flexibeler.

Gevoel slechte moeder te zijn? 4 extra manieren van kijken die je helpen groeien

  • Zelfzorg is de basis van een goede ouder zijn. Als je niet goed voor jezelf zorgt, kun je ook niet goed voor je kinderen zorgen. Bovendien leren je kinderen dan dat jezelf op de laatste plek zetten normaal is.
  • Learning by doing: kinderen leren het meeste door wat ze een ouder zien doen. Niet alleen door wat een ouder zegt en denkt. ‘Be the change’ is de sleutel: leef zelf volgens de waarden die je je kind wilt meegeven. Want te vaak zeggen we dat iets belangrijk is, maar doen we zelf iets anders.
  • Laat je eigen mens-zijn zien: niemand verwacht van je dat al bij de start van je ouderschap de perfecte ouder bent. Niemand is ervoor naar school geweest. Dus als je zelf een misser maakt richting je kinderen, geef dat gewoon toe en laat zien dat je leert, steeds weer. Dan leert je kind niet alleen dat het niet aan hem of haar ligt, maar buig je bovendien een ellendige situatie om naar een kans: je leert je kind dat leren en fouten maken erbij hoort!
  • Kinderen willen en moeten hun natuurlijke emoties er kunnen laten zijn, zoals verdriet, angst, boosheid. Als kinderen voelen of leren dat deze emoties niet geuit mogen worden, kunnen ze emoties gaan onderdrukken. Dat kan weer leiden tot later leed. Het is aan jou om ze te begeleiden met deze emoties om te gaan. Onder meer door zélf te laten zien dat jouw emoties er mogen zijn – maar dat ze niet de baas over je zijn!

Tot slot: je bent nooit uitgeleerd als opvoeder en bij elke fase van het opgroeien komen andere uitdagingen kijken. Ik vind het leuk om te horen wat jou het best helpt als opvoeder. Leerzaam als je dit met me wilt delen! 

Lees meer

jezelf verliezen relatie

Help, ik ben mezelf kwijt in mijn relatie!

Jezelf verliezen in een relatie: het kan zomaar gebeuren. Hoe weet je of je jezelf bent verloren? Wat is de balans tussen het ‘zelf’ en ‘samen’? In dit artikel lees je er alles over.

small_c_popup.png

Contactformulier

Stuur hier je bericht